Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Nelly & Peggy

Gek genoeg hebben Peggy en Nelly elkaar in Parijs, eind jaren twintig, nooit ontmoet terwijl ze zich wel in dezelfde kringen begaven met wederzijdse kennissen als Alexander Calder, Man Ray, Hans Arp en Marcel Duchamp en Hans en Sophie Arp. Het was pas in Peggy’s galerie in Londen eind jaren ’30 dat de twee elkaar ontmoetten en een levenslange vriendschap zouden opbouwen. Door de status die Nelly inmiddels had verkregen als kenner van moderne en abstracte kunst, werd ze regelmatig gevraagd om exposities te organiseren.

In 1938 maakte ze samen met Willem Sandberg, voormalig directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, de tentoonstelling Abstracte Kunst waar onder andere werk van beeldhouwer Antoine Pevsner te zien was. Pevsner had gelijktijdig een tentoonstelling in Guggenheim Jeune waar Nelly ongetwijfeld van had gehoord. Waarschijnlijk is dit de reden dat Nelly naar Londen afreisde en Peggy voor het eerst ontmoette. Peggy: “Nellie was my newest friend […] she had walked into my gallery and given me a long lecture on who her husband had been and who she was. I was not in the least impressed and thought she was funny. I allowed her little by little to force her way into my life. I don’t like women very much […] Anyhow I asked Nellie to live in my flat, or most likely she asked herself, and as I had a guest room, I let her come.”Wies van Moorsel, Nelly van Doesburg 1899-1975. De doorsnee is mij niet genoeg, Uitgeverij SUN, 2000, p. 163

Nelly zag in Peggy, naast een goede vriendin, ook een zakenrelatie: Door Guggenheim Jeune kon het werk van Theo van Doesburg een prominente plek krijgen in het rijtje van moderne kunstenaars. Ze liet daar geen gras over groeien. In 1939 organiseerde Peggy de tentoonstelling Abstract and Concrete Art waarvoor een werk van Theo werd uitgekozen- uiteraard door toedoen van Nelly.

Na het uitbreken van de oorlog in 1939 logeerde Peggy een tijdje bij Nelly in Meudon. Peggy vond het huis daar heerlijk. Op de oproep om vanwege de oorlog naar de VS terug te keren reageerde ze niet. Ze was van plan in recordtempo haar kunstcollectie aan te leggen en had inmiddels een clubje connaisseurs verzameld, waaronder Marcel Duchamp en Nelly van Doesburg. Door de inval van Hitler in Polen kwamen Peggy’s plannen voor haar museum onder druk te staan. Engeland was toen al betrokken bij de oorlog dus het idee om in Londen een museum te openen, ging in rook op. Dus bleef ze met Nelly in Frankrijk, al vond ze in 1940 wel haar eigen appartement, waar ze woonde tot de Duitse invasie. Peggy deed er alles aan haar nieuwverworven collectie te behouden. Uiteindelijk besloot ze de werken als ‘huishoudelijke artikelen’ naar de Verenigde Staten te verzenden. Het Louvre had de werken eerder afgeslagen omdat ze ‘te modern en waarschijnlijk niets waard’ waren. Peggy verborg haar verzameling daarom in dozen en kratten met braadplannen, beddengoed en ander huisraad. Vervolgens werd alles verscheept naar New York waar Peggy in 1941 voet aan wal zette, herenigd met haar collectie.Wies van Moorsel, Nelly van Doesburg 1899-1975. De doorsnee is mij niet genoeg, Uitgeverij SUN, 2000, p. 163

Vrouwen in een door mannen gedomineerde wereld

In tegenstelling tot Peggy Guggenheim was Nelly van Doesburg nooit een echte kunsthandelaar. Zij wijdde haar leven aan de verspreiding van het werk van haar man Theo van Doesburg en rolde als het ware de kunsthandel in als gevolg van deze missie. Door hun overeenkomstige geschiedenis en de klik die ze vrijwel direct hadden, was het vanzelfsprekend dat Nelly Peggy’s adviseur werd toen zij begon met het aanleggen van haar collectie. Nelly verkocht niet alleen werken aan Peggy, ze was ook in staat om als bemiddelaar in de kunsthandel te opereren door haar veelzijdige netwerk, waarbij overigens haar inhoudelijke kennis een grotere rol speelde dan haar zakelijk inzicht. Herbert Read had voor het museum in Londen een lijst gemaakt met werken die ze wilden aankopen. Toen die plannen niet doorgingen, liet Peggy de lijst bijstellen door Marcel Duchamp en Nelly van Doesburg. Deze lijst vormt de basis van de collectie van Peggy Guggenheim en de rol van Nelly hierin is onmiskenbaar geweest. Werken van Theo van Doesburg en andere De Stijl-kunstenaars zijn er immers ook op beland. Op Nelly’s advies heeft Peggy vijf werken van Theo van Doesburg gekocht en werk verworven van El Lissitzky en Gino Severini Ballà.

Eind jaren ‘40, na de Tweede Wereldoorlog, reisde Nelly voor het eerst naar Amerika en keerde daar in de jaren ’50 regelmatig terug. Niet alleen haar kennis van het werk van Theo van Doesburg trokken daar de aandacht, handelaren wilden naast zijn werk ook werk hebben van tijd- en stijlgenoten. Sporadisch verkocht ze dan wat stukken. Dat Nelly geen echte handelaar was, zoals Peggy, blijkt onder andere uit het feit dat er niets is genoteerd van werken en kopers. Nelly kon goed leven van de vele relaties die ze in Amerika had maar haar aandacht was volledig gericht op het verspreiden van het werk van Theo van Doesburg. In de jaren 1960 werkte ze aan publicaties over Van Doesburg terwijl Peggy toen al een jaar of tien bezig was met het voor publiek openstellen van haar Palazzo in Venetië en het maken van een eigen museum.https://www.guggenheim-venice.it/en/art/in-depth/peggy-guggenheim/about-peggy/ (The Peggy Guggenheim Collection, Venice, ‘About Peggy’ Het palazzo waar Peggy eind jaren 1940 ging wonen, bezocht Nelly met enige regelmaat om oude vrienden te bezoeken en nieuwe vrienden te maken.

Peggy en Nelly waren geëmancipeerde vrouwen: ze wilden deelnemen aan het moderne leven in een nieuw tijdperk, net als mannen deden. Ze wilden drinken, roken, naar feestjes gaan en wezenlijk deel uitmaken van de maatschappij waarin ze leefden. Moederschap stond onderaan de prioriteitenlijst. Ze wilden seksuele vrijheid en gelijkheid. Als ze niet waren uitgebroken uit hun vertrouwde leven of hadden gerebelleerd tegen hun familie en de heersende taboes, hadden ze nooit deze mate van zelfstandigheid bereikt en zich ontwikkeld tot grootse vrouwen in een wereld die gedomineerd werd door mannen. Hoewel Peggy en Nelly heel verschillende te werk gingen, zijn ze beiden onmisbaar geweest in de verspreiding van moderne kunst. Door het duurzaam onderhouden van hun netwerk en de toewijding waarmee zowel Peggy als Nelly hun doel nastreefde, is een van de belangrijkste moderne kunstcollecties ter wereld tot stand gekomen en heeft het gedachtengoed en het werk van Theo van Doesburg en zijn tijdgenoten daar een plek in gekregen.

Volgende aflevering in deze reeks: Nelly & Hans Arp en Sophie Taeuber-Arp

Atelier Nelly en Theo van Doesburg

Een nieuwe kijk op het werk van Nelly en Theo van Doesburg, dankzij de recente restauratie van de collectie Van Doesburg. De presentatie erkent Nelly als sleutelfiguur in de opbouw van de reputatie van Van Doesburg en De Stijl. Tijdens het archiefonderzoek begon de rol van Nelly van Moorsel steeds meer manifest te worden. Het gesprek over het archief tendeert naar onderwerpen als identiteit, authenticiteit en háár stem binnen de artistieke wereld. Stralend middelpunt van de opstelling is hun meest uitgesproken project samen: de atelierwoning in Meudon. Met nooit eerder of lang niet getoonde schetsen, tekeningen en maquettes ingebed in de rijke gebruiksgeschiedenis van het huis.

Architectuur Dichterbij

De collectie Theo van Doesburg wordt binnen het omvangrijke restauratieprogramma van Architectuur Dichterbij vanwege zijn bijzondere cultuurhistorische waarde uitgebreid onderzocht, geconserveerd en zo nodig gerestaureerd. Architectuur Dichterbij kijkt vanuit mogelijke, nieuwe perspectieven naar de verzameling archieven om op die basis het verzamelbeleid te herformuleren en nieuwe noties aan te reiken met betrekking tot de waardering van historische bronnen.